Wonen in duin onbetaalbaar.

 

Wonen op het duin wordt onbetaalbaar 

Na 65 jaar wonen aan de Zeeuwse Rivièra dreigt bouwvakkersfamilie uit eigen huis te worden verjaagd.


door Henk Postma ZOUTELANDE - Woeste duingrond noemden ze het destijds, het ge­bied aan de kust bij Zoutelande, waar vader Willem de Jong in 1947 een houten huisje mocht bouwen. De grond bleef eigen­dom van het rijk. Geen probleem, dachten ze in die tijd. Want wat was zo'n hellend lapje duingrond nou eigenlijk waard? Hij mocht er op wonen voor zestig gulden per jaar. Zijn dochter Riekie Dij­kers- de Jong, bewoont dat ouder­lijk huis nu nog steeds. Ze trouw­de, bracht er haar kinderen groot en het huis groeide mee. Er kwam een serre bij, een nieuw dak op en de muren werden opge­metseld in steen.

Met haar man, Piet Dijkers, geniet ze daar nu van een modaal bouw­vakkerspensioentje. Nog wel.

Straks kan dat wellicht niet meer.

Want wat aanvankelijk waardelo­ze duingrond heette, staat tegen­woordig als 'riante woonlocatie' te boek. Afgelopen week kreeg ze van de huidige eigenaar, het wa­terschap Scheldestromen, bevel haar huis te ontruimen. Op 1 sep­tember moeten ze er uit zijn. Ten­zij ze ieder jaar 9.084 euro aan het waterschap betaalt, elf keer zo veel als ze de afgelopen kwart eeuw gewend was, en meer dan driehonderd keer zo veel als toen ze het woninkje kocht van haar vader. ,,Dat betekent gewoon", vertelt ze met wanhoop in haar stem, ,,dat we uit ons eigen huis worden verjaagd. Want negendui­zend euro, dat kunnen we met ons maandinkomen van 1800 eu­ro aan AOW en pensioen met geen mogelijkheid betalen."

Verkopen dan maar, zoals de taxa­teur van het waterschap luchtig­jes zou hebben opgemerkt. Want zo'n huis, op zo'n prachtplek aan de Zeeuwse Rivièra is natuurlijk 'goud geld waard'.

Allereerst, Riekie Dijkers-de Jong wil helemaal niet weg uit haar ouderlijk huis waar al zo veel in is geïnvesteerd om er een mooie oude dag te kunnen beleven. Tien jaar terug namen ze nog een hypo­theek om het weer eens goed op te knappen. De bank vond het ver­antwoord. En goud geld? „Wie koopt nu een huis met zo'n gigan­tische last aan erfpacht, met het ri­sico dat die over tien jaar op­nieuw fors wordt verhoogd? Nee, in werkelijkheid is de waarde van ons huis nu al gigantisch gekel­derd."

En dan komt ze er nog betrekke­lijk goed vanaf, vergeleken met an­dere huiseigenaren op de duingrond van het waterschap. Er zijn erbij voor wie de erfpacht met factor veertig is vermenigvul­digd. Zoals die meneer Eijntho­ven uit Leusden. Het waterschap slaat hem nu aan voor achtdui­zend euro per jaar. Eén troost: hij woont er niet permanent, maar gebruikt zijn optrekje als zomer­woning. Dat ligt even wat anders voor hotel-restaurant Het Streef­kerkse Huis, dat de pachtprijs der­tien keer over de kop zag gaan.

Die staat nu op 19.000 euro. ,,Je bouwt een bedrijf op dat klinkt als een klok. We hebben twintig man personeel. Daar gaat dan in een keer een streep door", zegt Michiel de Jonge die de zaak tien jaar geleden kocht om er zijn zoon een kwaliteitsetablissement van te laten maken. ,,Ons is toen al wel verteld dat er een forse pachtverhoging aan zat te komen, maar niet dat die alle perken te buiten zou gaan. ,,Je verwacht een verdubbeling, of nog wat meer, zeg drie keer zo veel. Het is dat het bedrijf inmiddels stevig op po­ten staat. Anders waren we kapot geweest, nog voor we goed en wel waren begonnen." Met vijftien an­dere 'gedupeerden' vecht hij de 'exorbitante' verhoging juridisch aan.

Als die strijd wordt verloren is het voor bewoners als Riekie Dij­kers- de Jong einde verhaal. Een kwart eeuw terug had ze het al moeilijk. En toen ging het 'slechts' om een verhoging van zestig naar 1600 gulden. „Voor een bouwvakkersgezin met vijf kinderen was dat toen al gigan­tisch. We moesten destijds steeds een betalingsregeling treffen, om­dat we pas konden betalen in mei, wanneer het vakantiegeld binnenkwam. Nu rest er alleen nog hoop: „De Hedwigepolder staat ook nog niet onder water."

ZOUTELANDE - Je kan natuurlijk zeggen dat ze er jarenlang voor een dubbeltje op de eerste rij heb­ben gewoond. Want waterschap Scheldestromen moest een kwart eeuw wachten alvorens het de pacht weer eens kon verhogen. Al die tijd betaalden de pachters in de duinen bij Zoutelande voor de lapjes grond waar hun woningen op staan een huur die dateert uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Sindsdien is de waarde van die grond 'explosief' gestegen, re­deneert het waterschap. Zo veel, dat dit een pacht rechtvaardigt die gemiddeld twintig keer hoger is. ,,Voor ons huis", geeft Joris Mees, als voorbeeld, ,,is het van 600 naar 12.000 euro per jaar ge­gaan." Hij vertegenwoordigt een groep van veertien 'gedupeerde' erfpachters: vaste bewoners, bezit­ters van een zomerhuis, en ook twee horeca-exploitanten, die de Amsterdamse jurist Eduard de Geer in de arm hebben genomen. Die heeft elders al soortgelijke erf­pachtkwesties voor de rechter ge­bracht, met het doel de verhoging tot 'redelijke proporties' terug te brengen. Volgens de taxateur van het waterschap heeft de grond, voor zover bebouwd, nu een waar­de van 275 euro per vierkante me­ter, doet de tuingrond 50 euro, en de 'overige duingrond' 10 euro. Deugt van geen kant, zeggen de erfpachters. De grond zou sowie­so al 40 procent minder waard zijn omdat die met pacht is be­zwaard, en elders (zoals door het hoogheemraadschap van Rijnlan­den) zijn nog aanzienlijk geringe­re pachtverhogingen doorge­voerd. Niets mee te maken, is vooralsnog het standpunt van Scheldestromen. Dat is wel bereid de verhoging stapsgewijs in vijf jaar door te voeren. Ondertussen heeft het onwillige erfpachters be­volen hun bezittingen per 1 sep­tember te pakken. Volgens water­schapsbestuurder Dennis Steijae­rt is dat puur een formaliteit in het kader van de juridische strijd.